Blauw - podium

Als jongeren spelen voor jongeren, levert dat vaak een vonk op

Fri 6 Aug 2021
Wat maakt producties met jongeren zo uniek? Kies je als organisatie voor audities, of net niet? En hoe bereik je een breder publiek dan enkel de usual suspects? Over deze en andere vragen brachten we fABULEUS, Jong Wild, LARF! en WAJOW samen. Samen met De Studio slaan zij dit seizoen de handen in elkaar voor HACK!, een compilatievoorstelling over sociale media, controle en privacy.

Vier organisaties uit vier verschillende steden die veertig jongeren samenbrengen voor een theatraal vierluik: HACK! belooft een even boeiend en spannend als geschift en megalomaan project te worden. Aan de vooravond van de start van de repetities blikken we vooruit met Lotte Pinoy en Sanderijn Helsen van Jong Wild uit Antwerpen, Jonas Baeke en Inge Goddijn van LARF! uit Gent, Dirk De Lathauwer van fABULEUS uit Leuven en Mathias Sourbron van WAJOW uit Brussel (en een beetje uit Antwerpen, aangezien hij kantoor houdt in De Studio). Om in dezelfde getalsymboliek te blijven, legden we hen elk vier dilemma’s voor over het maken van jongerenproducties. Maar eerst peilen we naar de essentie van hun bestaan: why the f*** werken ze zo graag met jongeren? En wat is de kracht van theater met deze groep?

Jonas (LARF!): ‘Bij theater ontstaat altijd een verbinding tussen mensen, en die voel ik zelf veel vaker bij jongeren dan bij volwassenen of professionele acteurs. Theater is een vorm van kennisoverdracht, maar met een heel andere dynamiek dan op school of bij je familie.’

Lotte (Jong Wild): ‘Jonge tieners stellen zich heel erg open voor de wereld, maar vanaf het middelbaar schermen ze zich steeds meer af. Door samen met hen theater te maken, hoop ik die deur zolang mogelijk open te houden.’

Sanderijn (Jong Wild): ‘Ik ben zelf erg gefascineerd door wat er op neurologisch vlak in hen omgaat. Pubers kunnen je alle hoeken van de kamer laten zien. Op het ene moment zijn ze wijs, filosofisch en beschouwend, maar op andere momenten zijn het nog kleine kinderen. Dat maakt het theatraal heel interessant!’

Mathias (WAJOW): ‘Jongeren zitten nog volop in hun experimenteerfase. Grenzen zijn nog niet afgebakend, ze willen van alles proeven en proberen. Ook op het vlak van beeldtaal leven we in een interessant tijdperk: het zijn de jongeren die de beeldcultuur heruitvinden, denk aan TikTok. Zij zijn de toekomst. En het is onze taak om de verhalen uit hun heel diverse leefwereld zichtbaar te helpen maken.’

Dirk (fABULEUS): ‘Als jongeren op het podium spelen voor jongeren in de zaal, dan levert dat bovendien vaak een bijzondere vonk op. Dat is voor ons de reden om te kiezen voor een echte productiewerking met jongeren.’

Product(ie) vs. proces

Dirk: ‘Maar tegelijk voel ik bij jongeren evengoed de vraag naar experimenteerzones en open ateliers waar ze nieuwe zaken kunnen uitproberen. Voor hen moet het niet altijd om een professionele productie gaan. Ze willen binnen de context van fABULEUS, in de sfeer en het netwerk dat ze kennen, ook andere dingen proberen. Vergeet niet dat het engagement voor een productie groot is: repetities zijn verspreid over acht maanden en een stuk speelt vaak één of anderhalf jaar. Niet iedereen wil of kan al zijn vrije tijd hieraan spenderen. Jongeren willen ook al bij ons instromen voordat ze in een productie stappen of erna nog wat blijven hangen. Daarover zijn we nu aan het brainstormen hoe dat kan. We moeten met fABULEUS niet alles zelf willen doen, maar er zijn wel lacunes die we willen invullen.’

Sanderijn: ‘Met Jong Wild maken we geen producties. Ons theaterlaboratorium start bij het nieuwe schooljaar. Van september tot december dompelen we de kinderen en jongeren onder in alle facetten van theater. En van januari tot mei werken we toe naar een collectieve creatie.’

Lotte: ‘Die spelen we dan wel in de grote zaal van De Studio, maar het is geen gepolijste voorstelling. Tot het allerlaatste moment blijven we experimenteren en sleutelen.’

Mathias: ‘Ook bij WAJOW focust tachtig procent van onze werking op het traject dat de jongeren afleggen: we geven hen een duwtje in de rug en zorgen dat ze voor hun dromen durven gaan. Enkel bij Point Of U, onze kortfilmcompetitie, draait het om het resultaat.’

Inge: ‘Bij LARF! draait alles om de ateliers. We zijn zelfs afgestapt van de jaarlijkse productie. Te vaak bleek dat er te weinig tijd was om een volwaardige voorstelling te laten ontstaan. We zetten nu meer in op onderzoek: wat willen de jonge theatermakers die bij ons komen uitspitten en hoe kunnen ze daarbij jongeren betrekken? Neem bijvoorbeeld Silke Thorrez: zij wou werken rond gedetineerden, onze jongeren hebben hen geïnterviewd als basis voor een toonmoment. En als de humus goed zit, kan zo’n onderzoek in een latere fase altijd nog uitgroeien tot een voorstelling. Maar daar willen we ons vooraf niet op vastpinnen. Jongeren willen ook niet altijd de druk van een productie, ze willen vooral spélen.’

Vanuit de jongere vs. vanuit de regisseur

Sanderijn: ‘In onze ateliers treden we nooit op als regisseur. We zijn inspirators en coaches. Het draait om de jongeren als makers, spelers en creators. We willen hen helpen om hun binnenwereld naar buiten te laten stromen, hen tot expressie te brengen. Er wordt al te veel in hun leven gedirigeerd door volwassenen.

Lotte: ‘Ja, de eigenheid van de jongeren is van uitermate groot belang. Dat is onze kernvisie: jongeren hebben alles in handen, wij gaan er niets op plakken. Als we werken rond Griekse tragedies kiezen ze zelf of ze een Medea-tekst spelen of dat ze op zoek gaan naar de grote tragedies uit hun eigen leven. Maar evengoed gieten ze het in een muziek- of dansstuk.’

Mathias: ‘Ook wij zien onszelf als facilitator van de jongeren. Bij jonge makers die hun eerste verhaal ontwikkelen, stellen we altijd voor om te vertrekken vanuit hun eigen omgeving, eerder dan het te ver te gaan zoeken of iets Hollywoodiaans na te streven. Zo hebben we bijvoorbeeld een kortfilm gemaakt met een Syrische jongen over hoe hij de voorbije vier jaar zijn plek zocht in onze samenleving. Een andere gast, niet de meest spraakzame jongen, goot zijn verhaal in een poëtische dansfilm. De sterkste verhalen zijn altijd degene die het dichtst bij hen liggen.’

Dirk: ‘Twintig jaar geleden had ik het gevoel dat jongeren-producties allemaal ontstonden uit improvisatie en op elkaar leken. Terwijl de sterkste verhalen eigenlijk altijd juist liggen daar waar je die jongeren een stuk uit hun eigen kleine leefwereld lokt met iets wat ogenschijnlijk niet dichtbij hen ligt, maar uiteindelijk wel. Daarom kiezen we interessante theatermakers, die naar ons komen met een eigen fantasie en voorstel. De auditie is dan een uitnodiging aan de jongeren om samen met hen die reis te maken. Tegelijk moeten de makers wel de openheid hebben om, naast het realiseren van hun eigen plan, ook de dromen te helpen waarmaken van de jongeren, of het nu op artistiek of persoonlijk vlak is.’

Jonas: ‘Als theaterdocent zie ik de jongeren waarmee ik werk wel echt als maker, ook omdat we in de ateliers van LARF! niet per se naar een resultaat streven. Het is mijn taak om aan te voelen waar zij nood aan hebben, ook als het gaat om kinderen van tien jaar.’

Inge: ‘Wij reiken de methodiek aan, maar de gasten het materiaal. Het is dan aan de maker om hen daarin een stap verder te krijgen. Vroeger hebben we nog met makers gewerkt die goed konden regisseren, maar waarbij de jongeren het gevoel hadden dat ze geen eigen inbreng hadden. Dat is niet de bedoeling. Maar ik begrijp dat het voor makers aanvoelt alsof ze zich op glad ijs begeven, als je erop moet vertrouwen dat het materiaal zal komen van de jongeren.’

Jonas: ‘Het is altijd een evenwichtsoefening. Soms moet je als maker je eigen verwachtingen opzijschuiven. Zeker als je werkt met tienjarigen en zij er geen zin in hebben. Anders zit je opgesloten met springballen.’ (lacht)

Audities vs. open inschrijvingen

Dirk: ‘De beste promotiemiddelen voor onze audities zijn onze voorstellingen. Per jaar spelen we 200 keer, waarvan de helft voor scholen. De meeste mensen op onze audities komen omdat ze zelf een stuk hebben gezien en dat ook eens willen meemaken. Eigenlijk noemen we het auditieworkshops, omdat we het ook zien als een doel op zich. Het moet een fijne dag zijn voor de jongeren, waarbij ze leeftijdsgenoten leren kennen van over het hele land die met hetzelfde bezig zijn als zij. We hebben even gedacht om het woord “auditie” te schrappen. Maar dat zou schijnheilig zijn, want het blijft tenslotte een selectie.’

Sanderijn: ‘Wij doen geen audities. Toen we vijf jaar geleden met Jong Wild begonnen, zat onze werkplaats al na vijf dagen vol. Het frustreerde ons toen erg dat we een heel beperkt publiek hadden: een elite van dochters en zonen van acteurs, muzikanten, programmatoren, advocaten, rechters... We willen breder gaan en dat is tot op de dag van vandaag een strijd.’

Lotte: ‘We hebben nog steeds wachtlijsten. Maar we proberen enkele plaatsen vrij te houden voor jongeren die we bereiken via onze samenwerking met De Connectie, een organisatie die inzet op kunst en creativiteit voor sociaal kwetsbare jongeren, en via een traject met OKAN-scholen (OnthaalKlassen Anderstalige Nieuwkomers, red.). Ook wie een fysieke beperking heeft of een speciale zorgnood heeft zoals autisme moet bij ons terechtkunnen. Jongeren worden al genoeg in vakjes gestopt in onze maatschappij, laat Jong Wild maar een open platform zijn om samen in contact te komen met theater.’

Mathias: ‘Wij recruteren op drie verschillende manieren. Online zijn we heel actief, waarbij het helpt dat Adil El Arbi en Bilall Fallah ambassadeurs zijn. (lacht) Ook op filmsets worden we vaak aangesproken door figurerende jongeren die zelf films willen maken. En we gaan ook proactief op zoek naar jongeren, bijvoorbeeld via middenveldorganisaties als D’Broej. De jongeren moeten niet alleen naar ons komen, we moeten ook zelf naar hen toegaan.’

Dirk: ‘Ja. Het is onze taak om hen duidelijk te maken dat fABULEUS geen elitegroepje is en dat iedereen met goesting erbij kan komen. Zeker op de audities lukt het heel goed om een diverse groep jongeren te bereiken. Maar we doen vooraf ook workshops bij organisaties met kwetsbare jongeren, waarna er telkens enkele doorstromen naar de audities. Daar kruipt een stevig engagement in, maar die inspanningen gaan we nog opdrijven.’

Inge: ‘Laten we eerlijk zijn: die diversiteit is absoluut geen sinecure. Het is niet evident om kwetsbare jongeren toe te leiden naar onze atelierwerking. Per atelier hebben we twaalf plaatsen. In Gent zitten we met de luxepositie dat we eigenlijk geen promo moeten maken: al onze 150 plaatsen zijn zo snel ingevuld dat we moeten werken met wachtlijsten. Om ook meer kwetsbare jongeren te laten deelnemen, zetten we het slot vaak op tien deelnemers per atelier. Dan kunnen jongeren zich achteraf nog inschrijven, bijvoorbeeld via het kansentarief van UiT-pas. Vroeger hebben we nog wel audities gedaan, maar daar zijn we mee gestopt. We willen geen concurrentie creëren tussen jongeren.’

Amateurs vs. professionals

Dirk: ‘Bij fABULEUS hanteren we een scherp onderscheid tussen voorstellingen met jongeren waarbij enkel de professionele mensen die hen omringen betaald worden en producties met jonge makers die net afgestudeerd zijn of een gelijkaardige ervaring hebben en die we wel vergoeden voor hun werk. De paar keren dat we daarop uitzonderingen hebben proberen maken binnen één spelersgroep, leverden altijd veel spanningen op.’

Sanderijn: ‘Onze jongeren gaan nog naar school, dus bij ons stelt dat probleem zich niet.’

Mathias: ‘Ook wij werken op vrijwillige basis met jongeren tussen 14 en 22 jaar. Maar we proberen hen wel doorstroommogelijkheden aan te bieden. Zo spelen er acteurs in Hoodie (internationaal succesvolle Ketnet-reeks, red.) die ooit bij ons begonnen zijn. We helpen hen met het opstellen van contracten en de onderhandelingen. En bij de kortfilms die we maken, voorzien we altijd een budget. Als ze dan peers inschakelen, kunnen ze hen vergoeden.’

Inge: ‘We hebben een heldere afspraak: jongeren betalen we niet, ook al maken ze zelf een voorstelling. Maar wie ouder is dan achttien en onze ateliers heeft doorlopen, kan wel bij LARF! werken aan een eigen creatie. Dan helpen we mee om een Alles kan-projectsubsidie van 2.500 euro aan te vragen bij de stad, waarmee ze onder meer coaches betalen.’

Dirk: ‘We krijgen wel steeds vaker de vraag om jongeren te betalen. Daar worstel ik mee: het voelt tegennatuurlijk om een veertienjarige een loon te geven om zich te ontwikkelen. Maar veel mensen zeggen me: “Als je jongeren uit alle delen van de samenleving wil, moet je hen ook betalen.” De sociale realiteit is heel erg veranderd. Sommige jongeren kunnen niet aan een fABULEUS-productie deelnemen omdat ze in het weekend bij de bakker moeten werken, bijvoorbeeld om hun studies te betalen of zelfs om hun gezin te onderhouden. Terwijl we vroeger vooral jongeren bereikten voor wie het financiële geen zorg was.’

Mathias: ‘Over hoe de financiële puzzel achter een project in elkaar zit, krijgen we steeds meer vragen. Dat is goed: ze dromen allemaal van een toekomst in de audiovisuele sector, sommigen willen er ook van gaan leven. Het toont hun ondernemende visie.’

HACK!: harmonisch geheel vs. bonte clash

Mathias: ‘Ik hoop dat HACK! één groot experiment en onderzoek wordt, waarbij we samen met de jongeren op zoek gaan naar relevante antwoorden over online expressie, privacy, controle… Zaken waar we in 2021 geen vat meer op hebben omdat alles zo snel verandert.’

Jonas: ‘Er is al zoveel gemaakt en gezegd over ‘het internet’ of Facebook, waarbij het altijd als iets vreselijk wordt voorgesteld. Maar er wordt zelden geluisterd naar de jongeren zélf. Bij HACK! wil ik echt luisteren naar hun verhalen.’

Dirk: ‘In vergelijking met andere fABULEUS-voorstellingen zal de inhoud deze keer veel meer vanuit de jongeren zelf moeten komen. Voor ons is het een atypisch project: we werken met Aron Wouters, geen theatermaker maar iemand die bezig is met het audiovisuele. Hij heeft een heel positieve en feestelijke houding tegenover beeldcultuur. Hij zal een katalysator zijn voor de verhalen en ideeën van de jongeren. Ik verwacht ook veel van de clash tussen de vier organisaties en hun deelnemers.’

Mathias: ‘Ja, de blik van de GEN-Z op deze wereld zal wel gelijkaardig zijn, maar de manier en de vorm van het formuleren van antwoorden zou wel eens sterk kunnen verschillen. Ik ben alleszins benieuwd naar de clash tussen het ludieke en speelse van het internet en apps versus de harde realiteit van verdwenen privacy en constante controle.’

Sanderijn: ‘Voor Jong Wild is het op twee vlakken nieuw: het is de eerste keer dat onze jongeren zullen spelen in andere steden en het is ook voor het eerst dat we een selectie hebben moeten doen, omdat we maar tien jongeren mochten afvaardigen.’

Lotte: ‘Daarbij hebben we vooral gekeken naar maturiteit, omdat onze deelnemers jonger zijn dan die van de andere groepen. Ze mogen zich in de bootcamp aan het begin van HACK! niet laten omverblazen door een 22-jarige. (lacht) Ik hoop ook dat het resultaat heel divers wordt: een schone mengelmoes van speel- en theaterstijlen.’

Jonas: ‘Ja, ik hoop dat het stuk heel veelvormig wordt en dat we iets nieuws te weten komen over de online wereld. Het theater is hiervoor een goede plek, omdat het de inversie is van de virtuele wereld: het zijn live lichamen in één ruimte, alles wat de virtuele ruimte niet is.’

Inge: ‘De deelnemers zullen zich heel kwetsbaar opstellen op theater, terwijl het stuk gaat over een virtuele wereld waarin zoveel fake dingen gebeuren.’

Jonas: ‘Je kan je ook kwetsbaar opstellen op het internet en fake op het toneel, hé Inge.’

Inge: ‘Ja lap, het begint al. Niets is wat het lijkt!’

 

HACK! gaat in première in De Studio op vrijdag 21 januari.
De voorstelling is te zien in Antwerpen, Gent, Leuven en Brussel.