Johan Terryn: ‘In de lastigste emoties zitten vaak de schoonste boodschappen’

do 2 jun 2022
Afbeelding
Johan TERRYN
Main content

Met Johan Terryn heeft De Studio een huisartiest in de rangen die theater maakt over wat hij zelf ‘kwetsbare thema’s’ noemt. Over rouw maakte hij in 2020 samen met Randall Casaer de succesvoorstelling Het Uur Blauw. Nu is er Tot Onze Grote Spijt, over - u raadde het al - spijt. ‘We weten niet meer hoe we met lastige emoties moeten omgaan, daarom sukkelen we in burn-outs en depressies.’

 

Theatermaker. Stukjesschrijver. Podcaster. Coach. Johan Terryn is van vele markten thuis. Wie hem niet kent van zijn eerste improvisatiestappen in het televisieprogramma Onvoorziene Omstandigheden, kent hem wel van de presentatie van Groot licht op Ketnet, of van zijn middagjournaals op Radio 1. Fervente theatergangers weten ook dat Johan Terryn sinds 2013 regelmatig op het toneel staat met solovoorstellingen. Conferences zou je ze kunnen noemen - al is hij niet de man van de harde lach en de kolder, zegt hij zelf: ‘Met enige goede luim - wat een heerlijke, ten onrechte in onbruik geraakte uitdrukking is dat toch - breng ik verhalen over fundamentele thema’s. Sinds Het Uur Blauw besef ik dat mijn kracht zit in die combinatie van lichtheid en diepgang. Het is zelfs mijn missie geworden: Ik wil vrolijk badinerend betekenisvolle verhalen vertellen die raken in het hart en een balsem zijn voor de ziel, en zo zware gespreksonderwerpen een beetje lichter maken.’

Waar komt die missie vandaan?

‘Ik heb lang de plezante uitgehangen: in het improvisatietheater, op de radio en op televisie. Die eerste jaren in de entertainmentbranche waren een prima leerschool, maar op de duur kreeg ik mijn groeiende behoefte aan diepgang niet meer verzoend met de nonsens die ik op het podium vertelde - of laat ik het lichtheid noemen, want ‘nonsens’ klinkt zo denigrerend. Vijf jaar geleden ben ik dan coachingopleidingen beginnen volgen. Daar kreeg ik inzicht in psychologie en leerde ik coachende gesprekken voeren. Ik ben een tijdje hard gegaan in dat coachen - want áls ik iets doe, doe ik het voor de volle honderd procent - maar intussen heb ik een goede balans gevonden. Vandaag nemen mijn creatieve activiteiten weer wat meer plaats in dan mijn coachingopdrachten.’

Ik denk niet dat ‘de plezante’ het beeld is dat de meeste mensen van jou hebben.

‘Toch voelt het zo aan. Mijn eerste stappen als twintiger in de mediawereld waren nu eenmaal lichtvoetig van aard, ik deed veel humor- en entertainmentprogramma’s. Pas later begon ik ook documentaires en wetenschappelijke programma’s te maken. Die spreidstand voelde na verloop van tijd schizofreen aan. De ene dag zat ik in een entertainmentprogramma van VTM en de volgende dag maakte ik een documentairereeks voor Canvas. Dat voortdurende switchen hoeft vandaag gelukkig niet meer: in de voorstellingen die ik nu maak, kan ik beide kanten van het spectrum tegelijk aandacht geven. Ontroering en vrolijkheid hebben altijd al in mijn werk gezeten, maar ze hebben elkaar nu pas in de armen gesloten.’

 

‘Het publiek moet je de lichtvoetige toon bij een zwaar onderwerp wel gunnen, anders lukt het niet.’

 

Wat heeft het allemaal in elkaar doen klikken?

‘De ontdekking van coaching als een tool om mensen te interviewen en op basis van die gesprekken een verhaal te vertellen was zeker een trigger. Daarnaast merkte ik tijdens de try-outs van Het Uur Blauw dat het überhaupt mogelijk was om een luchtige conference geven over een zwaar onderwerp als de dood. Met daarbij de kanttekening dat het publiek je die lichtvoetige toon wel moet gunnen, anders lukt het niet. Ik heb voor zalen gestaan die er helemaal in meegingen, maar ook voor zalen waarvan ik voelde: hier gaan ze níét mee in de lichtheid die ik aan de tristesse wil verlenen. Rouw is dan ook geen gemakkelijk thema. Je voelt het verdriet zitten in de zaal, het komt je als het ware tegemoet. Als je er dan als performer alsnog in slaagt om het publiek door de tranen heen te doen lachen, dan heb je iets essentieels aangeraakt. En dat is het mooiste wat er is.’ 

Hoe ben je bij het thema spijt terechtgekomen?

‘Het lag minder voor het grijpen dan het thema rouw, dat door de dood van mijn vader in coronatijd op min of meer organische wijze op mijn pad kwam. Maar ik voelde wél meteen dat het een geschikt thema was. Omdat het thuishoort in het rijtje van lastige emoties waarmee we niet goed kunnen omgaan. Ofwel stoppen we die gevoelens ergens diep vanbinnen weg, ofwel gaan we erin zwelgen. Als je niet oplet, leidt dat tot burn-outs of depressies. We moeten onszelf opnieuw leren omgaan met negatieve emoties als spijt, waar ook vaak schaamte bij komt kijken. Welke plaats krijgen ze? Welke functie hebben ze? Wat zeggen ze ons? Op die vragen wil ik in deze voorstelling antwoorden geven.’ 

Uit een column over je overleden vader voor het middagjournaal van Nieuwe feiten op Radio 1 groeide een podcast én een voorstelling én een boek. Zit er een ondernemer in jou?

‘Tijdens de eerste lockdown viel al mijn werk weg. Ik denk dat ik een maand heb stilgezeten. Tot ik het idee voor de podcast Het Uur Blauw kreeg en daaruit al snel de voorstelling en het boek volgden. Mijn agenda was leeg, maar ik had nog nooit zo hard gewerkt. Dat is natuurlijk een vorm van ondernemerschap: niet bij de pakken blijven zitten. Misschien is het ook wel aanvoelen wat er op dat moment gemaakt moest worden, daarin investeren en vervolgens merken dat je een unieke plek inneemt met een project waarin al je vaardigheden - radiomaken, schrijven, spelen - samenkomen. Het ene vloeide moeiteloos over in het andere. De podcast gaf me de kans om eindelijk eens een boek te schrijven. Daar droomde ik al lang van, maar er was ook een stem in me die zei dat ik niets te vertellen had. Tot ik bij het onderwerp rouw voelde: hier heb ik wél iets over te vertellen. Iets dat de moeite waard is om op te schrijven.’

Johan-Terryn

Schrijf je elke dag?

‘Ik schrijf heel veel, ja. De radiocolumns voor het middagjournaal houden me aan de gang. Door regelmatig te schrijven ontwikkel je een souplesse. Het gezwoeg neemt af. Je wacht langer voor je dingen op papier zet - net zolang tot het gerijpt is in je hoofd. Creativiteit gaat voor mij vooral over focus en discipline. Om iets te verwezenlijken, moet je af en toe jezelf oppeppen. Tóch aan die schrijftafel gaan zitten, ook al heb je er geen zin in.’

Schrijf je ook puur voor jezelf, zonder een publiek in je achterhoofd?

‘Mijn allereerste solovoorstelling (Nooit van niks iets, 2013, red.) ben ik beginnen schrijven zonder te weten dat het een voorstelling ging worden, puur vanuit de nood om een verhaal op papier te zetten. Tot ik halverwege doorhad dat ik een theatertekst aan het schrijven was en ik bevangen werd door angst om alleen op een podium te gaan staan. (lacht) Om mezelf zo ver te krijgen, heb ik serieuze barrières moeten overwinnen. Eerst deed ik enkele try-outs alleen voor vrienden. De volgende stap was try-outen in Nederland - om toch maar zeker géén bekenden in de zaal te hebben. Zo heb ik die psychologische barrière steeds verlegd, tot ik klaar was om de kwetsbare vorm die een solovoorstelling is, aan te durven.’ 

Voorafgaand aan Tot Onze Grote Spijt heb je in De Studio gesprekken gevoerd met mensen die getuigden over hun persoonlijke spijt-verhaal. Met welk doel stapte je die gespreksavonden in?

‘Enerzijds dienden die avonden om te luisteren naar de vele verhalen over spijt en vervolgens te bepalen welke verhalen geschikt waren voor de podcast - want net zoals bij Het uur blauw hoort ook bij deze voorstelling een podcast. Anderzijds hielpen die sessies om een zekere souplesse te ontwikkelen rond het onderwerp, om het als het ware in de vingers te krijgen. Door erover te praten met ervaringsdeskundigen kreeg het vorm in mijn hoofd.’

En, hoe moeten we omgaan met spijt?

‘Dat ga ik je niet vertellen, daarvoor moet je het boek lezen, de podcast beluisteren en naar de voorstelling komen.’ (lacht)

Wat zegt het succes van jouw voorstelling-met-een-therapeutische-inslag, als we Het Uur Blauw eventjes kort door de bocht mogen omschrijven, over de tijd waarin we leven?

‘We leven in een individualistische maatschappij, waarin we erg op onszelf gefocust zijn. We vergelijken onszelf voortdurend met anderen, niet in het minst op de sociale media. Daar laten we uitschijnen dat we een perfect leven leiden, wat uiteraard niet zo is. In deze sterk gepolariseerde tijden klampen we ons bovendien graag vast aan uitgesproken meningen, in een poging om toch maar érgens bij te horen. Want er is veel eenzaamheid. Iedereen trekt zich terug op zijn eigen eilandje, waar uiteindelijk alleen maar frustratie te vinden is. We zijn de verbinding met elkaar helemaal kwijt. Dat komt natuurlijk voor een deel doordat de verbindende functie van religie door de jaren heen is weggevallen. 

Dat klinkt allemaal niet hoopgevend, ik weet het, maar ik ben ervan overtuigd dat we een transformatieperiode beleven. We moeten opnieuw beseffen dat in verbinding zijn met mensen de essentie van het leven is. Theater kan daar een rol in spelen. Verhalen delen werkt nu eenmaal verbindend. En het hoeft zeker niet op ‘mijn’ manier, ook een avond gaan lachen met een comedian kan diezelfde verbinding teweegbrengen. Het gaat hem om dat delen: dat je een verhaal, in een zaal, samen met anderen beleeft.’

En dat terwijl de cultuursector post-corona moeilijke tijden beleeft. Ben jij iemand die op de barricaden gaat staan?

‘Op de barricaden zul je mij niet gauw zien staan. Ik zal wel op mijn manier mijn steentje aan bijdragen, door verhalen te blijven vertellen. De cultuursector is natuurlijk wel ontstellend slecht behandeld tijdens de coronacrisis. Het belang van cultuur wordt systematisch onderschat. Het is een heel kwetsbaar product, zeker nu we ook nog eens in een economische recessie beland zijn. Het budget dat mensen aan cultuur kunnen besteden, is ongetwijfeld verkleind. Ik denk dus dat we nog wel wat klappen zullen moeten incasseren in de komende maanden. Maar ik merk ook dat de nood aan cultuur hoog is. We zijn ons publiek zeker niet kwijt. Het is alleen eventjes moeilijk.’

 

 

Tekst: Floor Deckx

Beeld: Katoo Peeters