Kukeleku. Pok, pok, pok. Tok, tok, tok. Gescharrel, gekakel, gepik, gekak. Tik, tak, tok. Iedereen op stok. Sjingel, sjengel, sjangel. Bim, boem, baf. De vos op bezoek – chaos in het kippenhok. Pluimen en kippen vliegen in ’t rond, kippen aan ’t spit, kop in de grond. Een plan bedacht, de vos verjaagd, BOE!. Daaaag vos, toedelidoe. Alles is weer koek en ei. Eitje, nestje, nesteldrang. Piep, piep, krak, koekenbak. Kuiken 1, 2 en nummer 3. Nummer 4 heeft tanden, klauwen op z’n vleugels, grote poten en een lange staart. Trix is anders. Kan echt vliegen. Harder lopen. Hoger springen. Kakelt niet, maar blaft. Wordt groot, groter, grootst. Oeps hij bijt.
Een voorstelling over een wonderlijk dier dat klein en groot fascineert, dat eitjes legt en alles eet. Een voorstelling over anders zijn, maar toch ook weer niet. Alle gekheid op een stokje: overheelrijk poppenspel met de nodige dosis Chicken Run.