Weerwoord

Hanneke Hendrix - Drank maakt meer goed dan liefde stuk kan maken

Categorie

Drank maakt meer goed dan liefde stuk kan maken

"En dan tel ik alles bij elkaar op. Al die jaren, al die mannen. Ik bedoel, ik wist het altijd zo goed. Ik had altijd raad, maar ik weet het niet meer. Als ik het bij elkaar optel."
Ik poleer een wijnglas en ik luister.
Haar sigaret brandt weer op in de asbak en de rook kringelt in haar gezicht. Ze merkt het niet.
Als ze praat klinkt het als zingen. Haar stem kraakt, alsof ze vroeger veel zong. Haar stem klinkt als zingen.
Ze heeft alweer een nieuwe aangestoken.

Misschien moet ik maar wat zeggen.
"Het lijkt altijd of er een formule is, toch mevrouw?" zeg ik. "Dat er een punt komt waarbij je alles op kunt tellen en dat je dan alles snapt. Dat u dan alles zou snappen. En dat punt is er niet."
"Al lijkt dat zo."
"Ja, dat lijkt altijd zo."
"Hoe je het ook wendt of keert, je zit gewoon in je eigen hoofd. Daar verandert een man niets aan."
Ze zucht.
Ik steek ook maar een sigaret op.
Aan een tafeltje in de hoek zitten nog twee mannen met een whisky. De koopavondmensen zijn al weg en verder is de bar leeg. Ze stampt haar citroentje in het lege glas.
"Doe me er dan nog maar één. Nu ik hier toch ben."
Ik begin een gin-tonic voor haar in te schenken. Ik doe het met zorg. Ze komt hier zo af en toe. Ze is lief. Ze heeft altijd hetzelfde liedje.
"Als het jagen stopt en het zoeken niet meer hoeft dan zie ik alleen nog maar hem. Ik was altijd alleen als ik met hem was. Ik zocht het om alleen te zijn en toen was hij daar ineens. Met zijn niets en zijn leeg."
Een koppel komt binnen en er waait een vlaag door de zaak. Ze kijkt op. Het koppel kijkt rond. Ze fluisteren in elkaars oren en vertrekken weer.
"Koppels maken me aan het kotsen," zegt de dame.
"Mij ook, mevrouw,” zeg ik. “Mij ook."
"En hij liet me. Ik zat in de hal, had ik je dat al eens verteld? Ik zat in de hal van een duur hotel."
Ze zwaait haar arm naar achter. Puft rook terwijl ze spreekt.
"Ach, hij was zo rijk. Hij was zo knap. En de bank was zacht en rood en hij was weg. Ineens. We zouden een weekendje naar Antwerpen. Ik zat daar maar in dat hotel en hij kwam niet."
"Nee, dat had u nog niet verteld."
"Ik dacht dat ik hem niet nodig zou hebben."
"En had u hem dan nodig?"
"Nee. Ik had hem niet nodig. Het is alweer zo lang geleden."
We zijn even stil.
Ik durf niet naar de spoelbak te lopen. Maar het vuile glas loopt niet weg. Helaas.
"Is het lang geleden?" vraagt ze. "Het lijkt zo lang geleden."
"Het is toch juist fijn?" zeg ik. "Dat u hem niet nodig had?”
Ze neemt een slok.
"Het is de gin," zegt ze. "Die maakt een hoop goed."
"Drank maakt meer goed dan liefde stuk kan maken," zeg ik.
Ik weet een boel one-liners. Ik werk hier al te lang.
"Natuurlijk had ik hem niet nodig. Ik heb nooit iemand nodig gehad. Daar gaat het niet om. Het gaat om het zoenen. En dat het overgaat, meisje. Het gaat altijd over. En dan worden het kussen op de wang. Drie. En op een dag hoef je op straat alleen maar nog even te zwaaien."
"Ja," zeg ik.
"Hij is het nooit aangegaan. En we zouden naar Antwerpen. Maar hij is het nooit aangegaan."
"Ja," zeg ik.
"De mensen zeiden altijd dat ik me niet zo aan moest stellen. Achteraf bleek dat ik gewoon gelijk had," zegt de dame en ze pakt mijn hand. "Ik had steeds gelijk. En toch brak ik steeds mijn hoofd. We zitten steeds in ons eigen hoofd."
"Ja", zeg ik. Ze drinkt de laatste slok uit het glas. Het gaat snel.
Te snel.
Ik denk niet dat het nog helpt.
"Mevrouw, het wordt tijd."
"Ja, ik weet het. Ik ga weer op huis aan. Het is al lang tijd."

Ik maak de rekening op.

Ze heeft een jas en handschoenen en een dikke sjaal en ze lijkt klein, nu. Ze loopt naar de deur. Een jongen in een trui van een metalband komt binnen met een meisje. Hij houdt de deur voor haar open. Ze legt even haar hand op zijn arm als ze hem bedankt.
De jongen en zijn vriendinnetje gaan aan een lege tafel zitten.
Ze kussen.
Ik neem nog een trekje van mijn sigaret. Het wordt tijd.
Ik ga zo maar dicht.
Genoeg wijsheden voor vanavond.
Ik ruik mijn bed.
Ik geloof het niet meer.
Vanavond niet meer.
Misschien morgen.
En ik hoop bij god, morgen misschien weer.
Misschien morgen.