Weerwoord

Kraai: MobilHome en sur place

Categorie

De gastschrijver van deze week is Ivo Allewaert. Hij schreef MobilHome en sur place.

MobilHome

we willen nooit aankomen, nemen altijd de onderweg
richting net-niet helemaal het einde, we besturen
onze bijna autonome staat, doorkruisen het buitenland
kopen er voedsel en benzine, de rest hebben we zelf wel
130 pk, een keuken, bad- en slaapkamer, vrouw, kinderen 

en een knikkebollende opa, alles lekker compact, onder de tafel
ruziën de kinderen: ‘We gaan naar China! ‘Neen, naar Japan!’
mijn vrouw zoekt op de kaart naar de afrit in Lyon, ik fluit
vrolijk over verdachte motorgeluiden heen, reizen is negeren
iedereen zweet gelijk voor de wet als de airconditioning crasht

‘Zijn we al in China’ roept de jongste, grootvader schrikt wakker
en vloekt ’Vuile communisten’, ik zucht, dit is overdreven
in China, zeg ik sussend, is het eigenlijk verboden vuil te zijn
wie het meest stinkt wordt er immers opgegeten, daarom
hebben de meeste chinezen steeds een hond in de buurt 

ze worden er even stil van, het was een grapje zeg ik
te laat, ze schreeuwen alle drie:‘We willen een hond!’
het was een grapje herhaal ik, bovendien gaan we
helemaal niet naar China, we zijn in Frankrijk Nom de Dieu!
dat zal ik bewijzen door middel van een sanitaire stop 

we hebben allemaal wat rust verdiend, ook onze 130 pk
doet een dutje in de schaduw, als iedereen is uitgeplast
krijgen we hem echter niet meer wakker, hij bromt hooguit even
alsof we vliegen zijn die hem irriteren, deus ex machina
is er daar opeens een Nederlandse heldin: Miep zonder Kees

ze stijgt af van haar Yahama, stopt haar hoofd onder de motorkap
en herstelt in vijf minuten het probleem, we kunnen weer verder
onze bijna autonome staat besturen, op naar een volgend avontuur
Miep zonder Kees wordt hartelijk bedankt, ik geef haar een blikje cola
en het clichébeeld van de domme Belg, ze is er blij mee

sur place

ik wil wel een keertje iets doen
met mijn leven, vroeger dronk ik
minstens vier liter water per dag
en plaste in diezelfde tijdspanne
1 keer, mezelf de verlichting in
ook dat gaat vervelen, ik wacht

sur place en souplesse, klaar
voor elke uitdaging, stretchend
in deze kamer, alle hoeken spreken
hun mondje verbazing, syncroon
zuchten ze: je kunt hier blijven
wachten tot je een man bent

van zeventig jaar, stel je voor
nog steeds samen met mijn vrouw
bedrijvig in slow seks
Zij kleedt zich moeizaam uit
gaat in bad, ik kijk en wacht
tot ze lijkt op een rozijn

het tussenstandje: nul-nul,
de tweede helft breekt aan
ik word wakker in een droog bed
neem een uitgebreid ontbijt en wacht
op de schreeuwende buurvrouw
van vijf voor acht, zoals altijd stipt

gaat ze tegen haar zoon tekeer
ik grijp mijn kans, kruip in zijn huid
en krijg alle schuld