Ik voel het: ik ben eindelijk klaar.
Klaar, om mij uit te spreken.
Om mij (niet) te wreken maar te verzoenen met mezelf en deze wereld.
Die van het theater,
Mijn grootste droom en diepste flater.
”Ge moet op uw bek durven gaan.”
Ik kan u beamen, dat heb ik gedaan… volgens sommigen dan.
Of ik begon gewoon te twijfelen aan wat ik kan?
Ik ben een ensemble speler.
Een deler van het podium.
En hier sta ik met mijn fucking solo.
Maar ik ben niet alleen
Ik ben nooit alleen
Zij is altijd bij mij.
Waar ik ook ga of sta, zij verstopt zich in de schaduw van mijn gedachten.
Zij is in constante strijd met mij om de overhand te bemachtigen.
Mijn altijd aanwezige innerlijke criticus die alles ziet van wat ik doe of zeg.
Het wordt tijd dat ik kies voor een andere weg.
In WUSSY probeert Roisin Callaerts komaf te maken met haar onzekerheid. Na iets meer dan twintig levensjaren waarvan vier op de theaterschool, is haar interne criticus – gevoed door kritiek van anderen en vooral eigen twijfels en angsten – te groot geworden. Zo groot dat er amper nog plek rest op het podium waar ze naar verlangt en voor vreest tegelijk. Het podium dat ze nu opeist. Een zoekende twintiger, een boze tiener, een klein meisje, zijn allen versies die gehoord willen worden en om een volgend hoofdstuk van haar leven in te gaan moet ze deze eerst een stem geven.
Met haar masterproefvoorstelling nodigt Roisin uit om op te komen voor jezelf, je kwaadheid toe te laten en te stoppen met people pleasen want jezelf zijn is (eindelijk) goed genoeg.
Het resultaat is een voorstelling waar rijm en ritme, dans en muziek samenkomen, met een moord die iedereen zou willen plegen.