In haar film 100 Girls A Place We Go neemt Sietske Van Aerde kijkers mee door een reeks speelse transformaties. Geïnspireerd door de nimfen uit Ovidius’ Metamorfosen, die voortdurend van gedaante veranderen door het kwaad dat hen door de goden wordt aangedaan, vertelt de film over een aantal mensen die zoeken naar manieren om te bestaan in een wereld die soms zwaar is. Van Aerde filmt haar eigen omgeving en brengt vrienden, kunstenaars en andere passanten in beeld die spreken over zichzelf. We zien verschillende innerlijke portretten ontvouwen.
De vertelling vertrekt vanuit tekeningen van half-menselijke, half-dierlijke wezens, figuren midden in transformatie. Door Van Aarde's achtergrond in kostuumontwerp doen ze denken aan schetsen voor mogelijke kostuums, ontwerpen die toelaten om een nieuwe gedaante aan te nemen. De film thematiseert de rol van kleding, make-up en haar, als instrumenten van transformatie, manieren waarop mensen hun identiteit kunnen definiëren. Een resem kleurrijke personages, wiens uiterlijke kenmerken hun innerlijke wereld weerspiegelen of net maskeren, passeert de revue. Ze spreken over hun kindertijd, over afwijken van de norm en over hoe ze zichzelf hebben getransformeerd of nog steeds transformeren.
De film glijdt tussen verschillende registers. Van Aerde filmt mensen die haar pad kruisen in het dagelijks leven. Een vrouw op de tram in een jas met panterprint, een meisje met lang, rood geverfd haar. Mensen waarvan Van Aerde vermoed dat ze zichzelf, bewust of onbewust, uitdrukken via hun uiterlijk. Daarnaast worden metamorfoses met bodypaint vormgegeven: personages veranderen in de maan, een boom, een spin, een papegaai, een os. Een rode draad door de film is het verhaal van twee personages, die zichzelf elk op hun eigen manier hebben getransformeerd en bij elkaar erkenning en liefde vinden. 100 Girls A Place We Go is een film over de plekken, zij het fysiek of en in onze verbeelding, waar we naartoe gaan om te kunnen zijn.